De nationale biogrondstoffenstrategie van het kabinet moet boeren nieuwe inkomstenbronnen bieden, onder meer met vezelgewassen zoals vezelhennep. Minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) bood de strategie op 16 oktober 2026 aan de Tweede Kamer aan, mede namens de minister van Klimaat en Groene Groei. Het plan moet in 2050 zorgen voor een duurzame inzet van biogrondstoffen in een klimaatneutrale en circulaire economie.
Het kabinet baseert de strategie op bestaand beleid, een participatietraject en een analyse van Wageningen University & Research (WUR). Een interdepartementaal team van LVVN, Klimaat en Groene Groei en Infrastructuur en Waterstaat voerde het traject uit.
Wat de nationale biogrondstoffenstrategie inhoudt
Het kabinet verkent of landbouwers betaald kunnen worden voor koolstofopslag in biobased bouwmaterialen. Dat zou kunnen met meerjarige koolstofcertificaten. Het gaat specifiek om kansen voor boeren in de zones rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Van Essen benadrukt dat het een eigen besluit van de boer blijft of hij op dit verdienmodel ingaat. Ook onderzoekt het kabinet hoe vezelteelten kunnen bijdragen aan de brede aanpak voor landbouw, natuur en stikstof. De minister noemt dit een van de eerste concrete stappen.
Het stikstofdossier speelde in de vezelhennepsector eerder al een rol, bijvoorbeeld bij de omschakeling van veehouderij naar vezelhennepteelt.
Vezelgewassen en de bouwdoelen
De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) kent voor 2030 een doelstelling. Volgens de strategie gaat het voor de landbouw om 400.000 ton grondstof voor de bouwsector. Dat vraagt naar schatting 50.000 hectare.
In het toekomstbeeld voor 2050 noemt de strategie eenjarige vezelgewassen zoals vezelhennep en vlas. Zij leveren een bijdrage aan de bodemkwaliteit en passen binnen een gewasrotatie met hoogrenderende gewassen. Ook noemt de strategie granen, vlinderbloemigen en oliezaadhoudende gewassen in deze categorie.
Volgens het toekomstbeeld bieden meerjarige vezelgewassen perspectief in gebieden met scherpere productievoorwaarden, zoals rond Natura 2000-gebieden. Hennep wordt in de bouw al toegepast, bijvoorbeeld als kalkhennep en isolatiemateriaal.
Marktcreatie is de voorwaarde
Het kabinet noemt marktcreatie cruciaal. Het wil marktcreatie en omschakelprogramma’s ondersteunen die tot nieuwe verdienmodellen voor boeren leiden. Afzetgaranties voor grondstofleveranciers, in samenwerking met afnemers, worden genoemd als manier om knelpunten bij innovaties weg te nemen.
Als knelpunt benoemt de strategie ook de lange doorlooptijd van vergunningverlening voor duurzame marktinitiatieven. Voor chemie en materialen bestaat bovendien nog geen Europees beleidskader over het gebruik van voedselgewassen. Het kabinet wil onder meer onderzoeken of suikergewassen in de chemie kunnen worden ingezet.
Concrete projecten en partners moeten volgens de minister nog volgen in een uitvoeringsprogramma. Op middellange termijn wil het kabinet de strategie integreren in bestaand beleid.
Minder veevoer, ruimte voor andere gewassen
Volgens de strategie gaat in Nederland en Europa circa 60 procent van de gebruikte biogrondstoffen naar veevoer. Het kabinet wil de zelfvoorzieningsgraad voor nieuwe en plantaardige eiwitten vergroten. Daarvoor moet ook de teelt van eiwitrijke gewassen worden gestimuleerd.
Als er minder areaal voor veevoer nodig is, ontstaat ruimte voor andere gewassen en functies. De WUR-scenario’s zijn nadrukkelijk geen beleidsdoelstellingen van het kabinet. Het kabinet blijft een rol zien voor de veehouderij, onder meer vanwege mest voor akkerbouw en bodembeheer.
Voor telers van vezelhennep is het voorlopig een verkenning, nog geen regeling.










